Ouderenkorting: wat het is, en waarom je hem soms niet krijgt.
Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan heb je waarschijnlijk recht op de ouderenkorting. Toch krijgen niet alle AOW-gerechtigden hem volledig, en soms zelfs helemaal niet. Hieronder staat hoe de korting werkt en waar dat aan kan liggen.
Wat de ouderenkorting is
De ouderenkorting (art. 8.17 Wet IB 2001) is een korting op de belasting die je betaalt, speciaal voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. Iedereen die aan de voorwaarden voldoet, heeft er in principe recht op.
Waarom hij afbouwt
De ouderenkorting is niet voor iedereen even hoog. Hij is het hoogst bij een bescheiden inkomen, en bouwt daarna geleidelijk af naarmate je totale inkomen stijgt. Vanaf een bepaald inkomen is de korting nihil. De exacte bedragen en grenzen worden ieder jaar opnieuw vastgesteld, dus die noemen we hier bewust niet.
De alleenstaande-ouderenkorting is anders
Ben je alleenstaand en heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan kun je daarnaast recht hebben op de alleenstaande-ouderenkorting (art. 8.18 Wet IB 2001). Dit is een vast bedrag dat niet afbouwt met je inkomen: je krijgt hem, of je krijgt hem niet, ongeacht hoeveel je verder verdient.
Wil je laten uitrekenen of jij deze kortingen volledig hebt gekregen? Doe de gratis check →
Sinds 2025 telt ook je spaargeld mee
Vanaf 2025 wordt de afbouw van de ouderenkorting berekend over je hele verzamelinkomen, dus inclusief het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Vóór 2025 gold dat niet: toen keek de afbouw alleen naar je inkomen uit werk en woning. Heb je sinds 2025 spaargeld of beleggingen, dan kan dat dus onverwacht een deel van je ouderenkorting kosten, zonder dat je dat meteen doorhebt.
Waarom je hem soms niet krijgt, ook al heb je er recht op
Een heffingskorting zoals de ouderenkorting kan nooit meer belasting wegnemen dan je daadwerkelijk verschuldigd bent. Betaal je weinig belasting, dan levert een korting waar je op papier recht op hebt, in de praktijk minder op dan je zou denken, en soms zelfs niets. Dit heet het verzilveringsprobleem, en het raakt AOW-gerechtigden met een laag inkomen relatief vaak. Dat rekenen wij altijd eerst uit, voordat je iets betaalt.